ONDERWIJS
Israël
Maandelijkse overdenking
 Israël artikel oktober 2020

ISRAËL BIJ PETRUS

Vrij kort na de Pinksterdag, en direct na de genezing van de verlamde bij de Schone Poort, zei 

Petrus tegen de verzamelde Israëlieten het volgende:

 

19 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van 

verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, 20 en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; 21 Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. 

22 Mozes toch heeft gezegd: De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders, gelijk mij: naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal; 23 en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. 24 En al de profeten, van 

Samuël af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd. 

25 Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met uw vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle stammen der aarde gezegend worden. 26 God heeft in de eerste plaats voor u zijn Knecht doen opstaan en Hem tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer af te brengen van zijn boosheden  (Handelingen 3:19-26)

 

Opmerkelijke woorden van Petrus! 

Allereerst vanwege het sterk Israël-centrale karakter van de heilsverkondiging: 

God heeft Zijn Knecht (Jezus) in de 1e plaats voor hen doen opstaan en tot hen gezonden; 

Jezus, de voor Israël tevoren bestemde Messias, is voortgekomen uit hun broeders; 

Israël: zonen van de profeten en van het verbond dat God met hun vaderen gesloten heeft.

 

Daarna stelt Petrus dat, als Israël zich zou bekeren, tijden zouden aanbreken die hij omschrijft als ‘tijden van verademing’ (:19) en ‘tijden van de wederoprichting aller dingen’ (:21).

Tijden, die bij het volk bekend zijn, omdat ’al de profeten, van Samuel af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, deze dagen ook hebben aangekondigd’ (:24).

Tijden die zullen aanbreken met de (weder)komst van Jezus Messias (:21).

Tijden, waarin behalve Israël, ook ‘alle stammen der aarde’ gezegend zullen worden, zoals God aan Abraham, Isaäk en Jakob beloofd heeft.

 

Maar die zegen zal alleen verkrijgbaar zijn ‘in’ (door middel van) Abrahams nageslacht Israël (:25).

Het gaat hier dus duidelijk over het Messiaanse vrederijk. 

Met een bekeerd Israël als middelpunt, dat in die tijd op een geweldige manier hersteld zal worden en naar Gods belofte een zegen voor alle andere volken zal zijn.

 

De genezing van de verlamde man, voorafgaand aan Petrus’ toespraak, was een voorbode van dit geweldige eindtijdherstel:

 

’ Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen. Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen…...’ (Jesaja 35:4-6)

 

‘Te dien dage, luidt het woord des Heren, zal Ik het kreupele verzamelen en het verstrooide bijeen brengen, en degenen over wie Ik kwaad heb doen komen. En Ik zal al het kreupele stellen tot een overblijfsel en het verdrevene tot een machtig volk, en de Here zal Koning over hen zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.’ (Micha 4:6,7)

 

‘En Ik zal in uw midden overlaten een ellendig en gering volk, en wie schuilen bij de naam des Heren. Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden, want zij zullen weiden en nederliggen, zonder dat iemand hen verschrikt. Jubel, dochter van Sion; juich, Israël; verheug u en wees vrolijk van ganser harte, dochter van Jeruzalem! De Here heeft uw gerichten weggenomen, Hij heeft uw vijanden weggevaagd. De Koning Israëls, de Here, is in uw midden; gij zult geen kwaad meer vrezen. 

Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, Sion, laten uw handen niet slap worden. De Here, uw God, is in uw midden, een held, die verlost. Hij zal Zich over u met vreugde verblijden; Hij zal zwijgen in Zijn liefde; Hij zal over u juichen met gejubel. Wie bedroefd zijn, ver van de feestvergadering, zal Ik samenbrengen; zij behoren toch bij u. Als een last drukt de smaad op hen. Zie, Ik zal te dien tijde afrekenen met al uw verdrukkers, maar Ik zal het hinkende verlossen en het verstrooide zal Ik verzamelen; Ik zal tot een lof en tot een naam stellen  hen, wier schande was over de hele aard. Te dien tijde zal Ik u doen komen, namelijk ten tijde dat Ik u verzamelen zal.

Want Ik zal u stellen tot een naam en tot een lof onder alle volken der aarde, wanneer Ik voor uw ogen een inkeer gebracht zal hebben in uw lot, zegt de Here.’ (Sefanja 3:12-20)

 

Niet alleen de Gemeente heeft een geweldige toekomst, maar Israël ook.