ONDERWIJS
Israël
Maandelijkse overdenking
 Israël artikel november 2019

Wat verwachten we na het sterven?

 

 De vervangingstheologie kenmerkt zich door 5 grote ‘vervangingen’:

a. de besnijdenis is vervangen door de (kinder)doop,

b. de zaterdag is verschoven naar/vervangen door de zondag,

c. de troon van David is vervangen door de troon van God (oftewel de troon van David is blijkbaar ‘verhuisd’ naar de hemel),

d. het etnische Israël is vervangen door de NT-ische kerk (die de toekomst- en landsbeloften voor Israël heeft geannexeerd en vergeestelijkt, maar de vervloekingen aan Israël heeft overgelaten), en

e. de verwachting van het aardse koninkrijk is vervangen door de verwachting van de hemel (de landsbelofte is vervangen door de verwachting van een ‘hemels vaderland.’

Met name dit laatste is typisch voor veel christenen: als een gelovige sterft gaat hij naar de hemel en dat is het dan, de rest doet er eigenlijk niet zo toe. Sterven en naar de hemel gaan is het einddoel. Als je in de hemel bent, heb je alles al en is je bestemming bereikt.

In de toekomstverwachting van heel veel christenen speelt de gedachte aan de wederkomst van Jezus én aan de opstanding van het lichaam dan ook nauwelijks een rol en is alle zicht op de eindtijd, op Israël en het komende Messiaanse vrederijk verloren gegaan.

Zoals blijkt uit de uitleg van diverse Bijbelgedeeltes. Bv Matteüs 19:23 ev (over de rijke die moeilijk binnengaat in het Koninkrijk Gods) of 2 Petrus 1:11 (ingaan in het eeuwige Koninkrijk van Jezus Christus) wordt dan uitgelegd als een ‘naar de hemel gaan’.

In de Bijbel echter is het ‘Koninkrijk der hemelen’ steevast een hemels Koninkrijk op aarde (al zal het wel een hemelse ‘bovenverdieping’ hebben, waar Christus met de Zijnen regeert).

Het Koninkrijk is niet ‘van hier’ (het is ‘van boven’), maar het is wèl ‘hier’(Johannes 18:36); het is weliswaar een hemels Koninkrijk, maar wel degelijk een Koninkrijk op aarde.

 

Al vroeg in de kerkgeschiedenis verwerd het ‘Koninkrijk der hemelen’ (dat is het hemels Koninkrijk, dat Jezus op aarde zal stichten) tot ‘hemelrijk’ (Luther: Himmelreich) als de plaats waar de gelovige na zijn sterven heengaat.

Abraham Kuyper schreef al: ’Verreweg de meeste christenen denken niet veel verder dan hun eigen dood.’

Helaas is het zo, dat ook nu vandaag de aandacht van veel christenen de meeste tijd uitgaat naar persoonlijk zielenheil; de vraag hoe God verder handelt met de wereld lijkt voor hun nauwelijks meer interessant.

Een denktrant, die we ook terugvinden in de Heidelbergse Catechismus en de RK Schoolcatechismus, die begon met de beroemd geworden vraag: ’Waartoe zijn wij op aarde?’ Het antwoord moest zijn:

’Wij zijn hier op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.’

Het mooie aan dit antwoord is, dat het niet in de 1e plaats gericht is op het eigen heil, maar op het dienen van God.

Minder mooi is echter, dat het ook hier duidelijk lijkt te gaan om wat na het sterven ligt, en niet om opstanding en wederkomst.

 

Ook in de christelijke literatuur wordt over het ‘zalig sterven’ geschreven als dé toekomstverwachting van de christen, waarbij aan de wederkomst van Jezus en het komende Messiaanse rijk – en dus ook aan Israël – totaal wordt voorbijgegaan. Interessant in dit verband is een gedeelte uit het boek ‘De navolging van Christus’ van Thomas à Kempis.

Hierin wordt uitvoerig beschreven hoe een christen zich geestelijk moet voorbereiden op het uur van zijn sterven en op de gelukzaligheid die hem daarna wacht. En, dat als een christen sterft, Jezus Zelf hem op komt halen.

Terwijl er in het NT toch duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen:

  1. het sterven, waarbij de engelen de gelovige komen ophalen (Lukas 16:22), en

  2. de wederkomst, waarbij Jezus Zelf de gelovigen komt ophalen (Johannes 14:3), de gestorven gelovigen worden opgewekt (1Tess. 4:13-17) en de levende gelovigen worden ‘getransformeerd’     (1 Korintiërs 15:51-54).

 

Ook interessant in dit verband is het boek ‘De christenreis naar de eeuwigheid’ van John Bunyan, waarin hij beschrijft hoe een christen op reis is naar ‘de hemelse stad’, oftewel het hiernamaals. Die christen is afkomstig van ‘de stad Verderf’, wordt bij het kruis verlost van het pak van zijn zonden, en komt na veel belevenissen aan bij de doodsrivier, waar hij veilig doorheen komt om zo te arriveren bij de Hemelstad, het ‘hemelse Jeruzalem’. 

Bunyan put zich uit in een heerlijke beschrijving van de hemel, maar ook bij hem is voor de opstanding en de wederkomst in zijn verhaal geen plaats, laat staan voor het Messiaanse rijk. Op het moment, dat christen de ‘hemelse stad’ binnengaat, wordt hij veranderd, wat toch lijkt te wijzen op de verandering die het lichaam van gelovigen ondergaat bij de wederkomst

(1 Kol.15:51; Fil. 3:20,21).

We zien ook, dat als de christen de hemel binnengaat, hij daar onmiddellijk genodigd wordt tot de bruiloft van het Lam (Openbaring 19:6-9), dat de Hemelstad wordt beschreven in termen van het nieuwe Jeruzalem (straten van goud), en dat er nog meer metaforen uit Openbaring worden gebruikt, die daarin geen van alle op de ’tussentoestand’ van overlijden en moment van wederkomst betrokken worden.

 

Alhoewel goed bedoeld zijn Thomas à Kempis, John Bunyan en veel anderen er in grote mate verantwoordelijk voor, dat het juiste zicht op de eindtijd van de meeste christenen vertroebeld is geraakt. Voor hen is hun toekomst gelegen in de ‘hemelse stad’, die betreden wordt bij het sterven.

Een mooie gedachte misschien, maar zo ging wel de verwachting van de wederkomst van Jezus en het Messiaanse vrederijk verloren, of werd die gedegradeerd tot een veilig (maar de gelovigen in het geheel niet rakend) slotwoord van de belijdenis:’…. vanwaar Hij zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden’.

 

Er is vaak meer aandacht voor het eigen zielenheil dan voor Gods plan en doel met Zijn volk, de Gemeente en de mensheid in zijn geheel.

Maar dat inzicht kan bijgesteld worden natuurlijk.

Laat de door de tijdgeest veroorzaakte ik-gerichtheid geen vat krijgen op uw verwachting.

Bid voor Israël, voor de Gemeente en voor elkaar.