ONDERWIJS
Israël
Maandelijkse overdenking
 Israël artikel april 2020

GEDIMD  LICHT

 

De meeste Joden zijn blind voor het feit dat Jezus de Messias is; de meeste christenen zijn blind voor het feit dat Israël, ondanks haar verwerping van de Messias, het volk van God is en blijft, en dat Gods beloften aan dat volk ‘onberouwelijk’ zijn (Rom.11:28 ev).

Korter gezegd: Joden zijn meestal blind voor wie Jezus werkelijk was en is; christenen zijn meestal blind voor wat Israël werkelijk was en is.

Gelukkig bleef er - door Gods genade – aan beide kanten veel licht van Hem schijnen, maar vanwege deze blinde vlek was het aan beide kanten helaas wel een gedimd licht.

Met een zo’n duidelijke tunnelvisie aan beide zijden is het inderdaad pure genade van God, dat aan beide zijden het licht nooit helemaal is uitgegaan.

 

Maar eens zullen van beide partijen de schellen van de ogen vallen (vgl. Handelingen 19:18): christenen zullen hun dwaling inzien als God straks Zijn beloften aan Israël gaat vervullen – iets waarmee Hij feitelijk al begonnen is gelet op de miraculeuze vorming van de staat Israël, en Joden zullen hun dwaling inzien straks bij de komst van de Messias, iets wat feitelijk al begonnen is gelet op de wereldwijde groei van de Messiasbelijdende (Jezusgelovige-Joodse) beweging (Zach.12:10).

 

Deze Messiasbelijdende beweging is een heel nieuw fenomeen, dat in de 19e eeuw begonnen is.

Nou is de term ‘Messiasbelijdende Jood’ wel een beetje verwarrende benaming, omdat alle orthodoxe Joden in feite  (de komst van) de Messias belijden. Maar hier gaat het om een groep gelovige Joden, die belijden dat Jezus de verwachte Messias is. We zouden ze daarom beter ‘Jezus-belijdende’ – of zo je wilt ‘Jeshua-belijdende Joden - kunnen noemen.

Het is overigens een groep, die weer op haar beurt wordt onderscheiden van ‘Hebreeuwse christenen’ d.i. mensen van Joodse afkomst, die lid zijn van een gevestigde kerk en nauwelijks iets van hun Joodse identiteit hebben bewaard. Messias-belijdende Joden daarentegen willen hun Joodse identiteit uitdrukkelijk wél vasthouden.. Zij noemen zich dan ook liever geen christen, vanwege het historisch belast-zijn van deze term. Om die reden spreken zij liever van ‘Jeshua’ dan van ‘Jezus’.

Ze laten hun zoontjes besnijden, onderhouden de sabbat en de andere Joodse hoogtijdagen, leven koosjer volgens de spijswetten en andere Bijbelse inzettingen, terwijl de mannen vaak een gebedskleed gebruiken en een keppeltje en gebedskwasten dragen.

Kortom: zij leven en functioneren als ‘gewone’ orthodoxe Joden – of Joden van het meer conservatieve type – met dit verschil, dat zij geloven dat Jezus de Messias van Israël was.

Bijgevolg geloven zij – in tegenstelling tot orthodoxe Joden, die in de komst van de Messias geloven -  in de wederkomst van de Messias.

 

Hoe dan ook: eens zullen alle Joden Jezus (moeten) erkennen, en eens zullen ook alle christenen,

ja zelfs alle volken, Israël (moeten) erkennen. Dát is de tijd dat het Messiaanse Rijk van vrede en gerechtigheid zal aanbreken. Het ware ontmoetingspunt van Joden en christenen ligt niet in de welwillende en verdraagzame dialoog, het ligt ook niet in de Kerk – daar al helemaal niet – maar in de komende Messias. Tot zolang zullen beiden gescheiden blijven optrekken. Maar zij zouden alvast wel (meer) kunnen oefenen in het leren praten met elkaar.

 

En zeg niet, dat Joden Jezus niet zullen kùnnen herkennen, omdat niemand nog weet hoe Hij er uit ziet. Zo schreef de Joodse godsdiensthistoricus Hans Joachim Schoeps: ’De kerk van Jezus Christus heeft geen portret van haar heer en heiland bewaard. Als Jezus morgen zou terugkomen, zou geen christen zijn gezicht kennen’.

Het antwoord daarop is dat alle mensen Hem zullen zien (Openbaring 1:7) en allen Hem zullen kennen, even zeker als Petrus op de berg der verheerlijking onmiddellijk Mozes en Elia herkende, hoewel hij die nog nooit eerder had gezien en al wist hij niet wat hij zei (Lukas 9:33).